|
|
Het leek ons raadzaam om een studie over de aionen en bedelingen¹ te maken om zo de gelovige die Gods Woord wil onderzoeken en verstaan een leidraad te geven. God heeft een Voornemen der Aionen gemaakt in welk Hij de raad van Zijn Wil uitwerkt.
| A | |
Gods Wezen
God algenoegzaam in Zichzelf
Gods Geest de uitstraling en weerkaatsing van Gods Beeld in God Zelf
|
| |
B | |
Voor de aionen. Christus het Begin der schepping Gods
|
|
1
|
De eerste aioon.
Begin. In den beginne schiep God.
Satan de overdekkende cherub.
De nederwerping van de wereld.
|
|
|
2
|
De tweede aioon.
Begin het 6 daagse herstellingswerk
|
|
|
|
1e bedeling
|
De Staat der Rechtheid;
De ene mens.
|
|
|
2e bedeling
|
De staat van het Huwelijk.
De eerste mensen.
|
|
|
3e bedeling
|
Het geslacht van Adam,
de eerste mensheid,
de vloed.
|
|
3
|
De derde aioon.
Het Noachietische verbond
|
|
|
|
4e bedeling
|
De 70 geslachten.
De nieuwe mensheid.
|
|
|
5e bedeling
|
De bedeling der Belofte.
Abram-Jozef.
|
|
|
6e bedeling
|
De bedeling der Wet.
Eerste verbond Mozes-Christus.
|
|
|
7e bedeling
|
De bedeling van de Volheid des Tijds.
Van Christus geboorte tot Zijn opstanding.
|
|
|
8e bedeling
|
De pinksterbedeling.
Van het pinksterfeest tot Hand 28.
|
|
|
9e bedeling
|
De bedeling der Rechtvaardiging en der Verzoening.
Vanaf Paulus roeping in Hand 13 tot op zijn gevangenschap in Rome.
|
|
|
10e bedeling
|
De bedeling der verborgenheid.
Vanaf Paulus gevangenschap in Rome tot de Dag des Heren.
|
|
|
11e bedeling
|
De bedeling der genade.
Vanaf Paulus gevangenschap in Rome tot de Dag des Heren.
|
|
|
12e bedeling
|
De inleiding van de dag des Heren.
De tijd waarin Openbaring 1-19 wordt uitgewerkt.
Christus wederkomst.
|
|
4
|
De vierde aioon.
Zittend op Zijn troon.
|
|
|
|
13e bedeling
|
De Dag des Heren, eerste deel.
De 1000 jaar van Op 20.
|
|
|
14e bedeling
|
Satans laatste opstand.
Een kleine tijd.
|
|
|
15e bedeling
|
De Dag des Heren, tweede deel.
Het Witte troongericht. Onbekende tijdsduur.
Stopt met de wegneming van de Tempel en de stad Jeruzalem.
|
|
5
|
De vijfde aioon.
Het nieuwe Jeruzalem daalt uit de hemel neder.
|
|
|
|
16e bedeling
|
Volheid der tijden.
Het einde daarvan zal zijn als het Koninkrijk aan God en Vader door Christus wordt overgegeven.
Einde van het voornemen der aionen.
|
| |
B | |
Na de aionen.
Alles tot Zichzelf geschapen |
Nu zijn er mensen die zowel aionen als bedelingen bestrijden en zeggen dat deze niet bestaan en het produkt zijn van de fantasie van de « aanhangers » ervan. Dit is een vreemde houding, omdat Gods Woord spreekt over bedelingen en aionen en er dus bedelingen en aionen zijn. De tegenstanders bestrijden dan ook Gods Woord en niet onze mening. Bewijs voor aionen en bedelingen is ruim voorhanden in de Schrift al is toegegeven dat dit door de vertalers wat lastig is gemaakt.
Gods Woord is gecompliceerd en Goddelijk van opzet en structuur. De gedachte dat Hij ons maar één bedeling zou hebben gegeven of maar één eindeloos durende aioon vindt nergens grond in de Schrift, het tegendeel echter wel. Om deze reden is er ook sprake van meer dan één evangelie en bestaat « hèt » evangelie niet.
- De Schrift spreekt van het « Voornemen der Aionen » (Ef. 3:11)
- De Schrift spreekt van aionen (Olamim Hebr. voor Aionen) die vóór ons waren. (Pred. 1:10)
- In de toekomende aioon verkrijgt men het « eeuwige » leven. (Mar 10:30)
- De Schrift noemt bedelingen bij naam. (1Co 9:17, Efe 1:10, Efe 3:2, Col 1:25)
- De schrift noemt 12 evangeliën bij naam. (Mat 4:23, Mar 1:14, Hand 20:24 enz.)
Nu zal men ons tegenwerpen dat niet alle hierboven genoemde bedelingen met naam en toenaam worden genoemd en dat we ze dus zelf bedenken. Dit lijkt een sterk argument, maar als we gaan onderzoeken wat een bedeling eigenlijk is en onderzoeken wat het kenmerk is van de bedelingen die wel in de Schrift genoemd worden houdt het geen stand. Het woord door bedeling vertaald is oikonomia en dit is wat Thayer/Strong er van zeggen:
oikonomia
Thayer Definitie:
1) het beheer van een huishouding of huishoudelijke zaken
1a) specifiek, het beheer, toezicht, administratie, over zaken van derden
1b) het kantoor van een beheerder of toezichthouder, rentmeesterschap
1c) administratie, uitdeling
We zien aan deze betekenissen al duidelijk wat een bedeling is als we nu lezen:
Ef. 3:2
Indien gij maar gehoord hebt van de Bedeling der Genade Gods, die mij gegeven is aan u;
Paulus had het beheer, het toezicht over de uitdeling van de genade Gods, daartoe verkondigde hij dan ook het Evangélie der Genade Gods. Hij was dus de toezichthouder over hetgeen God hem had toevertrouwd om uit te delen onder de volken. Het gaat bij een bedeling dus om iets wat God uitdeelt of bedeelt aan schepselen en altijd aan een bepaalde groep, met of zonder toezichthouder. Die genade Gods was dus speciaal aan Paulus gegeven om te bedelen en aan niemand anders, Paulus was er de rentmeester van.
Bedelingen kunnen « parallel » aan elkaar lopen, zo zien we dat de bedeling der Rechtvaardiging en der Verzoening en de Pinkster bedeling voor een periode tegelijkertijd actief zijn geweest en dat nu zowel de bedeling der Verborgenheid als de bedeling der Genade samen worden uitgedeeld.
Door nu dit te onderscheiden wordt ons ook duidelijker dat een bedeling inhoudt dat er iets wordt verstrekt door God aan de mens. Wat dat is, is voor het begrip « bedeling » zelf niet relevant. Als we dus de lijst met bedelingen die we menen te onderscheiden langs gaan, met datgene wat we over het woord bedeling hebben gevonden in de Schrift, is het zo sterk lijkende verwijt dat het zelf bedacht is, geheel ontkrachtigd.
Laten we er een bedeling uit nemen en zien of we hem zelf hebben bedacht, of dat hij er wel degelijk is geweest, maar alleen niet met zoveel woorden benoemd.
De Pinkster Bedeling
Over Pinksteren is ook al veel gezegd en geschreven, dat willen we hier nu buiten beschouwing laten en slechts zien of er sprake was van een nieuwe bedeling.
Laten we hiervoor kijken wat er gebeurde met Pinksteren en een flink stuk citeren uit Handelingen 2:
Hand 2:
- En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
- En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
- En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
- En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
- En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn.
- En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
- En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers?
- En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
- Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie.
- En Frygie, en Pamfylie, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten;
- Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
- En zij ontzetten zich allen, en werden twijfelmoedig, zeggende, de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn?
- En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns.
- Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
- Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.
- Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joel:
- En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
- En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
- En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp.
- De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.
- En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.
Wie dit stuk naleest zal het niet kunnen ontkennen dat hier sprake is van een een uitdeling van God aan Zijn schepselen (een groep uit het Joodse volk) tijdens het Pinksterfeest. Er gebeurde iets dat reeds door de profeten was voorspeld en daarmee ving een nieuwe bedeling aan die terecht — door het tijdstip van de gebeurtenis — de Pinkster bedeling mag worden genoemd. Wie dit eigen uitleg noemt of een fantasie, geloofd het Woord der Waarheid niet.
Er is nog iets opvallends aan het citaat hierboven, Petrus spreekt van « het zal zijn in de laatste dagen, » en hiermee wordt de afsluiting van de huidige aioon bedoeld, zoals in Mat 24 en Op wordt beschreven. Die afsluiting is echter nog nooit geweest, wat een bewijs vormt voor de profetische tussenruimte die wij kennen als de bedeling der Verborgenheid, die niet zichtbaar is als we de Schrift van voren uit bezien. Alle profeten zien de gebeurtenissen achter elkaar doorlopen, terwijl er een enorme ruimte tussen zit zoals we kunnen zien in:
| Het Verleden (Eerste komst)
|
De tussen bedeling
|
De Toekomst (Tweede komst)
|
Jes 11:1-4a.
...en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen.
|
|
Jes 11:4b-12:6.
Doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met den adem Zijner lippen zal Hij den goddeloze doden....
|
Jes 61:1-2a.
... het jaar van het welbehagen des HEEREN.
|
|
Jes 61:2b-11.
en den dag der wraak onzes Gods....
|
Hos 3:4.
Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning, en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim.
|
|
Hos 3:5
Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen..
|
De Schrift staat vol met dit soort profetiën die in één adem vertellen wat voor ons gescheiden is door een tussenruimte die nu al bijna 2000 jaar duurt. Het heeft de gehele christenheid volledig verrast en is de oorzaak van het vergeestelijken, lees « kerk » i.p.v. Israël voor alles wat nog niet is uitgekomen aan profetie en probeer dat te pas en te onpas te verklaren uit gebeurtenissen om de « vervulling » van de profetiën voor de kerk te verklaren.
Wat hierdoor onstond, was een verwarring die tot steeds verdere vergeestelijking leidde en waar nu nog door wordt gedwaald. Door te zien dat er een profetische tussenruimte is en dat in die tussenruimte geen profetiën worden uitgewerkt en dat ook de bedeling is gewijzigd, kan men Gods Woord in Zijn volheid aanvaarden en geloven.
Er zijn nu geen gaven en talen, tongen, genezingen enz. omdat de gemeente Gods niet bestaat, God deelt die gaven nu niet uit er is een andere bedeling gestart na Hand 28:28. Er is geen tempel, geen offerdienst en hoewel er Joden in het land wonen heeft God de terzijde zetting (niet verwerping) nog niet ongedaan gemaakt. De huidige tijd is een profetisch niemandsland, een onbeschreven periode waarvan de duur niet bekend is. De tijd staat profetisch gezien dan ook stil, Israël is « Niet Mijn volk » door hun weigering hun Koning en het Koninkrijk der Hemelen aan te nemen. Dit soort periodes zijn er vaker geweest als Israël ongehoorzaam was maar nog nooit zo lang als nu. Paulus voorspelde dit al in de Romeinen brief:
Rom 11:25
Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.
In deze profetische tussenruimte biedt God ondertussen de volken (dus inclusief Israël) Zijn grootste genade aan in de vorm van de verborgenheid aan Paulus geopenbaard en deze wordt ontkent, bestreden en verworpen. In plaats daarvan probeert men in afgesloten bedelingen te staan door uit de Schrift toe te passen wat voor andere tijden, groepen en gelegenheden is geschreven:
- Men wil een duizendjarig aards rijk met Christus als koning, maar dit is voor Israël.
- Men wil tot de gemeente Gods behoren terwijl die niet bestaat omdat die bedeling is gestopt.
- Men wil delen van de wet en/of inzettingen van Israël voor zichzelf. (B.v. Pascha maaltijd des Heeren)
- Men wil de wereld bekeren terwijl dit Israëls taak is.
- Men eigent zich de de openbaringen toe terwijl die over Israël gaat.
- Enz.
De Schrift weet van al deze dingen niets, die verteld ons dat de tussenruimte er nu is én dat ze zal stoppen, zelfs wanneer dat is, alleen niet d.m.v. datum en tijd. Daniël is in deze een belangrijke profeet. De leer der bedelingen en aionen is er één die ons inzicht geeft in Gods Voornemen der Aionen en alle ogenschijnlijke tegestellingen in de Schrift opheft. Wie ziet dat we nu geen gemeente Gods hebben, zal niet hoeven te vergeestelijken om de kenmerken ervan op zichzelf toe te passen. Wie ziet dat Israël niet verworpen is maar als het ware op de « strafbank » zit tot dat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan, laat alle onvervulde profetie letterlijk staan om in de toekomst vervuld te worden voor dat volk.
Door dit te aanvaarden word ook duidelijk dat het de strijd is tussen Jeruzalem en Babylon, tussen het goed en het kwaad, van Satan tegen God, die woedt. Door te zien dat God de lijn met Israël weer zal aanknopen en dat de Openbaring over de voleinding van deze aioon handelt, — en daarin Israël's wedervaren beschrijft — zal men kunnen inzien dat Babylon weer een stad van naam zal zijn, dat er een tempel zal zijn in Jeruzalem en dat net als in de tijd van de Handelingen er een groot deel afvallige Joden zullen zijn, die de waarheid tegenstaan zoals de Farizeëen hem tegenstonden. Het zal in die tijd zijn, dat de antichrist zal opkomen om zich macht te vergaren, om zijn eigen rijk op te richten, onder de leiding en in de kracht van Satan. Wie de Israëlische geschiedenis bestudeert in de Schrift, zal zien dat alle grote wereldrijken — die in de Schrift genoemd worden — zowel Jeruzalem als Babylon in bezit hadden en dat andere rijken niet meetellen. Het draait dan ook om Israël. Door het zien van de aionen en bedelingen, kunnen we de Schrift ook letterlijk aanvaarden en zo onmisbaar onderricht van de Heilige Geest ontvangen.
Of we het nou leuk vinden of niet, zo goed als de gehele Schrift gaat over Israël. Het beschrijft zowel het verleden als de toekomst van dat volk en voor de heidenen is geen rol van betekenis weggelegd, als het gaat om wat God met de schepsels voor heeft. Het is aan de Israëlieten om de heidenen tot God te leiden, zodra de tussen bedeling is afgelopen en het koninkrijk de Hemelen is opgericht. In deze tussen bedeling vormt God het Lichaam van Christus zonder tussenkomst van discipelen, apostelen, profeten of Goddelijke interventie. Dit is de bedeling der Verborgenheid, waarin Hij verborgenheden openbaart aan hen die ze willen zien, terwijl Hij zelf verborgen blijft. Gods Woord is alles wat we nu hebben, het geloof dat Abraham tot rechtvaardigheid werd gerekend (Rom 4:9) kan nu tot volledige verzoening (Efe 2:16, Col 1:22-21) leiden en tot de rechtvaardiging van het geloof van Christus.
Fil. 3:9
En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof
P.E.E.
|
¹
|
Schema is overgenomen uit De Tijden der Eeuwen door G.J.P.
|
|
|