|
|
Kleine Schriftstudie over Genesis 3:5.
Genesis 3:5 is een interessant vers, vooral het stuk: 'gij zult als God
wezen' is nader onderzoek waard, zeker omdat God hier in verband met het
kennen van 'het kwaad' wordt genoemd.
De engelse King James Version heeft:
'...and ye shall be as gods...'
Young's literal translation:
'...and ye have been as God...'
Op internet vinden we: (Engelstalig)
(Rashi). Anderen hebben nochtans 'als de grote' of 'als de grote engelen' (Targum; Targum Yonathan. Cf. Ibn Ezra). Het hier
gebruikte woord 'Elohim ' duidt om het even welke superieure macht of bevoegdheid aan, en kan naar God verwijzen, engelen, rechters
of heersers (Moreh Nevukhim 1:2).
Guide
for the Perplexed (Engelstalig)
HOOFDSTUK II
...elke Hebreeër weet dat de term 'Elohim' een homoniem is, en aanduidt; God, engelen, rechters, de heersers van landen en dat Onkelos de proseliet verklaarde het op de ware en correcte manier door Elohim in de zin te nemen, "en gij zult als Elohim
zijn" (Gen. iii. 5) in de laatstgenoemde betekenis, en het weergeven van de zin "en gij zult als prinsen zijn".
Volgens Brown-Drivers-Biggs Hebrew defenition: elohiym
1) (meervoud)
1a) heersers, rechters
1b) goddelijke (personen)
1c) engelen
1d) goden
2) (intensief meervoud - bijzondere betekenis)
2a) god, godin
2b) goddelijk (persoon)
2c) de werken of speciale bezittingen van God
2d) de (ware) God
2e) God
Nu is voor het woord kennende een woord gebruikt dat ook meer betekent dan alleen maar kennen:
Volgens Brown-Drivers-Biggs Hebrew defenition: yada
1) weten
1a) (Qal)
1a1) weten
1a1a) weten, leren om te weten
1a1b) waar te nemen
1a1c) om waar te nemen en te zien, ondervinden en onderscheiden
1a1d) onderscheiden, onderscheid
1a1e) weten door ervaring
1a1f) herkennen, toegeven, erkennen, bekennen
1a1g) overwegen
1a2) weten, bekend zijn met
1a3) iemand 'bekennen'
1a4) weten hoe, bekwaam zijn in
1a5) om kennis te hebben, wijs zijn
Hieruit kunnen we opmaken dat er dus ook kan staan:
Genesis 3:5
Maar God weet (yada) dat ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als goden wezen wetende [door
ervaring] (yada), het goed en het kwaad.
A | Maar God weet ten dage als gij daarvan eet
B | zo zullen uw ogen geopend worden
A | en gij zult als goden wezen wetende
B | het goed en het kwaad
In dit licht is het vers o.i. heel wat duidelijker. De goden zijn Satan en zijn gevallen engelen, die hadden toen tenslotte al ervaring met het goed en het kwaad.
Uit bovenstaande kan men o.i al niet meer afleiden dat God het goed en het kwaad 'kent'. Hij weet dat het er is maar kent het zelf niet omdat Hij te rein is van ogen om het kwade te zien.
Vs. 22 zegt in het Hebreeuws ook iets anders als onze vertaling:
Genesis 3:22
Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden één kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.
P.E.E.
|
|