Uit de Schriften  
Positieve onafhankelijke website ten dienste van het onderzoek der Heilige Schriften.
Home | Contact | Download | Links | Site Map | Boeken Forum | Regels | Zoeken | Inloggen
Welkom op de Website van Uit de Schriften.
Klik in het menu links of hier boven op een onderdeel. Klik op Forum voor het Uit de Schriften forum.

Menu Uit de Schriften - Schept God het kwaad
Studies (P.E.E.)
+ De zonen Gods
+ Romeinen 9
+ Genesis 3:5
+ Schept God het kwaad  
+ De tweede dood
+ Zondag of sabbat?
+ De bedelingen

Studies (G.J.P & S.V.M.)
+ Het Antigoddelijke trio
   - Satan I
   - Satan II
   - Satan III
   - Satan IV
   - Satan V
   - De mens der zonde
   - De valse profeet
   - De Satanische Drie...
+ De verborgenheid.
   - Inleiding
   - Eerste viertal
   - Tweede viertal
   - Derde viertal
   - Vierde viertal
+ De weg der behoudenis  

Studies (Bullinger)
+ Structuren
   - Gods voornemen
   - Schrift structuur
   - O.T. structuren
   - N.T. structuren
+ Spirituele getallen
+ Companion Bible app.

Schriftstudie over schept God het kwaad?

Naar aanleiding van deze niet schriftuurlijke en o.i. God onterende opinie willen we hier een kleine verhandeling schrijven, die het de lezer mogelijk moet maken om te beoordelen of God inderdaad zelf het kwaad schept en nodig heeft, of dat dit buiten Hem om gebeurd. Hiermee willen we niet beweren dat God niet almachtig is en het kwaad niet de baas zou kunnen, juist het tegenovergestelde. De veel gebruikte Schrift plaatsen om God de auteur van het kwaad te maken zijn, o.a. Jesaja 45:7 en de verharding van farao in o.a. Exo 4:21

Laten we beginnen met te onderzoeken wat God van het kwaad vindt:

Deuteronomy 15:21
Doch als enig gebrek daaraan zal zijn, hetzij mank of blind, of enig kwaad (Hebr. ra‛ / râ‛âh) gebrek, zo zult gij het den HEERE (Jehova), uw God (Elohim), niet offeren;

Deut 17:1
Gij zult den HEERE, uw God, geen os of klein vee offeren, waaraan een gebrek zij of enig kwaad (Hebr. ra‛ / râ‛âh); want dat is den HEERE, uw God, een gruwel.

Rich 3:7
En de kinderen Israëls deden, dat kwaad (Hebr. ra‛ / râ‛âh) was in de ogen des HEEREN, en vergaten den HEERE, hun God, en zij dienden de Baals en de bossen.

1 Kon 5:4
Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder (śâṭân), en geen bejegening van kwaad (Hebr. ra‛ / râ‛âh).

Uit bovenstaand kunnen we al zien dat God een afkeer van kwaad heeft in de meest ruime zin van het woord, er op aandringt dat Israël zich er verre van houdt en dat onvolkomenheid in Gods ogen ook een kwaad is. Wie de wetten leest, ziet dat deze juist het kwade veroordelen en dat wie uit zichzelf volgens die wet zou kunnen leven dan ook als rechtvaardig zou worden gezien. Alleen Christus heeft dit gekund. Het is o.i. ongerijmd om nu te gaan beweren dat God Zelf het kwaad schept en nodig zou hebben.

Laten we nu kijken naar Jesaja 45:7

Jesaja 45:7
Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

Het lijkt inderdaad of God het kwaad zelf schept, laten we echter eens gaan kijken wat er in de grondtekst staat: Voor het woord schep staat hier twee keer het woord bara, dit zelfde woord wordt ook in Gen 1:1 gebruikt:

Genesis 1:1
In den beginne schiep (Hebr. bara) God de hemelen en de aarde.

Als we het hebreeuws wat nauwkeuriger onderzoeken blijken er verschillende taalkundige vormen van bara te bestaan die niet allemaal hetzelfde betekenen:
  • bara; Stem = Qal, Mood = Perfect. Gebruikt voor daadwerkelijk scheppend werk. Zie Jesaja 4:5, 45: 8, 12 en 18 en Gen. 1:1
  • Bara; Stem = Piel, Mood = imperative. In Ezechiel 21:19 vertaald door kiezen.
  • bara; Stem = Qal, Mood = Particple Active in Jesaja 45:7
Wat zeggen Brown, Driver en Biggs van bara:

bârâ'

1) scheppen, vorm geven, formeren
   1a) (Qal) vorm geven, modelleren, scheppen (altijd met God als onderwerp)
      1a1) van hemel en aarde
      1a2) van de individuele mens
      1a3) van nieuwe voorwaarden en omstandigheden
      1a4) van transformaties
   1b) (Niphal) geschapen worden
      1b1) van hemel en aarde
      1b2) van geboorte
      1b3) van iets nieuws
   1c) (Piel)
      1c1) omhakken
      1c2) uithakken
2) Dik zijn
   2a) (Hiphil) jezelf vet maken


Het betekent dus wel meer dan alleen maar het echte scheppen zoals God dat doet waneer Hij b.v. nieuw leven schept of andere stoffelijke dingen. Het Hebreeuw heeft ook nog 'Stem' en 'Mood' om de betekenis van een woord aan te geven.

Stem:

Qal

Qal is het meest gebruikte werkwoordpatroon. Het drukt de "eenvoudige" of "oorzakelijke" actie van de wortel in het actief uit.

Voorbeelden:

hij zat, hij at, hij ging, hij zei, hij stond op, hij kocht

Deze vorm vertegenwoordigt 66,7% van de ontlede werkwoorden

Niphal

a) Niphal is het "passief" van Qal

Qal Niphal

hij zag dat hij was gezien, hij verscheen
hij zag dat de engel was gezien
hij zond hij werd gezonden
hij maakte het werd gecreeerd

b) Niphal drukt soms een "wederkerende" actie uit.

hij bewaakte hij was bewaakt, ook hij bewaakte zich

c) Verscheidene werkwoorden gebruiken Niphal, hoewel zij eenvoudige actie uitdrukken en actief zijn in het Nederlands. De gemeenschappelijke voorbeelden zijn:

hij vocht, hij bleef, hij zwoor, hij ging naar binnen

Deze vorm vertegenwoordigt 6,0% van de ontlede werkwoorden


Piel

a) Piel drukt gewoonlijk een "intensieve" of "opzettelijke" actie uit.

Qal Piel

hij brak, hij brak aan stukken, hij smeet aan stukken,
hij verzond, hij zond weg, hij verdreef

b) Soms introduceert Piel een nieuwe betekenis aan de vorm Qal.

hij telde, hij hertelde, hij vertelde, hij voltooide, hij betaalde, hij compenseerde, hij leerde, hij onderwees

c) Piel drukt "herhaalde" of "verhoogde" activiteit uit.

hij sprong, hij sloeg over, hij hopte

d) Sommige onovergankelijke werkwoorden in Qal worden transitief in Piel.

om sterk te zijn, versterken, sterken, groot te worden, groot te maken


Hiphil

a) Hiphil drukt gewoonlijk de "veroorzakende" actie van Qal uit

Qal Hiphil

hij at, hij veroorzaakte om te eten, hij voedde, hij kwam, hij veroorzaakte om te komen, hij bracht, hij regeerde, hij maakte koning, hij bekroonde

b) Hiphil wordt vaak gebruikt om werkwoorden van zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden te vormen.

Zelfstandig naamwoord of Bijvoeglijk naamwoord Hiphil

oor om te luisteren (luisterend oor),om zichzelf te verwijderen, ver weg zetten

c) Sommige "eenvoudige" werkwoorden worden gevonden in Hiphil.

om te gieten, om te vernietigen, om vroeg op te staan, om uit te leggen, om te vertellen

De vorm vertegenwoordigt 13,3% van de ontlede werkwoorden.


Mood:

Perfect

Perfect drukt een voltooide actie uit.

1) In verwijzing naar tijd, kan een dergelijke actie zijn:

1a) één net voltooide vanuit het standpunt van het nu "ik ben" u het nieuws komen vertellen

1b) één voltooid in de min of meer verre verleden in het begin "schiep" God
"ik was (eens) jong" en "ik ben (nu) oud geworden" maar ik heb een rechtvaardig mens "niet verlaten zien worden"

1c) één reeds voltooide handeling, vanuit het standpunt van een andere afgelopen handeling. God zag alles wat "hij had gemaakt"

1d) één voltooide actie van het standpunt van een andere actie maar toch toekomstig. Ik zal ook voor uw kamelen trekken totdat "zij klaar zijn met drinken"

2) Perfect wordt vaak gebruikt waar het heden in het Nederlands aangewend is.

2a) in het geval van algemene waarheden of acties van frequent voorkomende waarheden of acties die vaak zijn ervaren of waargenomen
het gras "verdord"
de mus "vindt" een huis

2b) een actie of een houding van het verleden kan in het heden worden voortgezet
"ik strek uit" mijn handen naar u
"u verzaakt nooit" degene die u zoeken

2c) perfect wordt gebruikt van onovergankelijke werkwoorden waar het Engels het heden gebruikt; Perfect in Hebreeuws in een dergelijk geval, benadrukt een voorwaarde die is ingekomen "volledig bestaat" en gerealiseerd
"ik weet" gij zult koning zijn
"ik haat" alle werkers van ongerechtigheid

2d) Soms worden in het Hebreeuws, de toekomstige gebeurtenissen zo levendig en zo realistisch opgevat dat zij als vrijwel plaatsgevonden hebbend worden beschouwd en zo ook door perfect beschreven.

2d1) in beloften, bedreigingen en contract taal
het gebied "geef ik" u
en zo niet, "ik zal het nemen"

2d2) profetische taal
mijn volk "is in gevangenschap gegaan" (m.a.w. zullen zekerlijk gaan)

Imperative

Deze werkwoordklasse wijst op een orde of op een bevel.

Ga naar de stad. Was jezelf.
Participle (Active)

1) Het deelwoord vertegenwoordigt een actie of een voorwaarde in zijn ongebroken continuïteit, en correspondeert met het Nederlandse werkwoord, "te zijn" met het tegenwoordige deelwoord. Het kan van het heden, verleden of de toekomende tijd worden gebruikt.

1a) tegenwoordige tijd
wat bent u aan het doen
1b) verleden tijd
"hij was nog steeds aan het spreken" toen een andere kwam
1c) toekomende tijd
wij zijn aan het vernietigen v.b. staan op het punt te vernietigen

Men ziet dat door Stem en Mood een woord nog al wat kan veranderen van betekenis.

Scheppen betekent iets nieuws maken, houdt een activiteit in. Als we gaan kijken waar scheppen allemaal in voorkomt wordt duidelijker wat er mee bedoeld wordt.

Genesis 1:1
In den beginne schiep God de hemelen en de aarde.

Hier hebben we het daadwerkelijke scheppen van stoffelijke dingen die er niet waren.

Psalms 51:10
(51:12) Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

Dit gaat over het nieuwe verbond met Israël, de Heere zal dan hun harten besnijden en hun geest. Dit is niet een letterlijk nieuw hart, het zal vernieuwd worden. Zie: Eze 18:31; Eze 36:26 Ze hebben ook nu niet een letterlijk stenen hart, al is het naar de letter wel juist. Zie ook: Jer. 24:7; Jer. 31:33; Jer. 32:39; Eze. 11:19

Jesaja 57:19
Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen. Zie ook: Spr.18:20

De vrucht der lippen is geen letterlijke vrucht die de Heere op de lippen zal scheppen.

Jesaja 65:17
Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen. Zie ook: Jes. 66:22

De nieuwe hemelen en aarde zijn vernieuwingen, er komt geen hele nieuwe planeet. De oude aarde wordt opgeknapt zoals in Gen. 1:3-31.

Jesaja 65:18
Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid.

Hier staat het scheppen voor de gelegenheden die de Heere zal creëren die het volk Israël voorspoed zullen brengen. Het uitgaan van een vertaling zegt dan ook niks over wat de Schrift werkelijk zegt, veel meer over wat de vertalers dachten dat er moest staan. Jes. 45:7 zegt dan ook geenszins dat God het kwaad schept, maar eerder dat Hij het naar voren laten komen, laat ontstaan en dus niet remt.

In Psalm 51:12 staat dezelfde vorm als in Jes. 45:7 en ook hier is geen sprake van daadwerkelijk iets nieuws scheppen maar iets laten gebeuren waardoor het nieuwe hart er kan zijn, naar voren kan komen. De structuur van dat vers klopt ook niet als het hart nieuw gecreëerd zou worden en de geest alleen vernieuwd.

A | Reinigen van het hart
A | Vernieuwen van de geest.

Beide zijn zo het beter maken van het oude, niet het éne gloednieuw en het andere slechts vernieuwen. Jesaja 45:7 kunnen we mijnsinsziens dan ook beter zo vertalen, ook qua structuur. Eerst het origineel:

Jesaja 45:7
Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

a | Ik formeer het licht,
    b | en schep (bara) de duisternis;
a | Ik maak den vrede en
    b | schep (bara) het kwaad,
a | Ik, de HEERE,
    b | doe al deze dingen.

Het vers is zo niet in harmonie.

Jesaja 45:7
Ik formeer het licht, en laat de duisternis ontstaan; Ik maak den vrede en laat het kwaad ontstaan, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

a | Ik formeer het licht,
    b | en laat de duisternis ontstaan;
a | Ik maak den vrede,
    b | en laat het kwaad ontstaan,
a | Ik, de HEERE,
    b | doe al deze dingen.

Op deze wijze wel, duisternis is er vanzelf, door iets niet doen van God. God moest eerst of Zelf licht geven, of de zon scheppen om voor licht te zorgen. Hij maakt vrede door zich actief met de schepselen te bemoeien, trekt Hij Zich terug dan ontstaat er vanzelf kwaad. Ook hier is Israël een mooi voorbeeld, zolang ze God zochten en Zijn geboden en wetten hielden maakte Hij vrede voor ze. Zorgde dat ze hun vijanden konden verslaan. Weken ze van Zijn wegen af, dan kwam de ommekeer en verkeerde het volk in kommer en kwel. Ook in onze tijd zien we dit. God zwijgt en de mens lijdt.

Het kwaad komt dan ook niet omdat God het actief schept maar omdat Hij het niet meer tegenhoudt, b.v. door ongehoorzaamheid. God heeft het kwaad niet geschapen, Hij heeft het niet nodig en Hij heeft het niet gewild. Hij heeft het echter ook niet geschuwd en toont zo temeer zijn almacht. Er is veel meer macht nodig om vrije wezens te scheppen met de mogelijkheid tot zondigen en daarmee uiteindelijk tot je doel te komen dan met geschapen zondaren die aan je leiband lopen en zelf niks kunnen beslissen. Daar zitten nog meer haken en ogen aan; 1. Zondigen wil zeggen doel missen en een bewust door God geschapen zondaar die mist zijn doel niet als hij « zondigt ». 2. Er zit geen verheerlijking in gemechaniseerde aanbidding. Uit vrije wil zal ieder schepsel Hem aanbidden en zo kunnen verheerlijking en genade het hoogste niveau bereiken. Helaas zal dat voor een aanzienlijke groep via de 2e dood zijn.

Het kwaad ontstaat ook niet door God, maar laat Hij laat het ontstaan door het veroorzaken niet meer te remmen. Dit geldt ook voor het verharden van b.v. farao's hart. God doet dit niet zelf, maar staat toe dat het gebeurd en toont zo zijn macht aan de weerspannige mens, zonder dat Hij zelf deel hoeft te hebben aan dat kwaad. Hij heeft het dan ook zeker niet nodig, maar als het zich openbaart zal Hij het kwaad tegen zichzelf gebruiken als Hem dat uitkomt en er Zijn macht door tonen aan de weerspannige hoogmoedige mens.

Laten we in het verband hiermee het verharden van farao eens bekijken. De eerste keer dat het voorkomt is in:

Exodus 3:19
Doch Ik weet, dat de koning van Egypte ulieden niet zal laten gaan, ook niet door een sterke hand.

Dit is het eerste vers waar sprake is van de weerzin van farao om het volk te laten trekken. Het is m.i. ook verkeerd vertaald, er kan in het Hebreeuws in plaats van « ook niet door » ook « zonder » staan:

lô' / lôh

1) niet, nee
  1a) niet (met werkwoord - absoluut verbod)
  1b) niet (met bepaling - negatie)
  1c) niets (substantieel)
  1d) zonder (met particle)
  1e) voor (i.v.m. tiijd)


zodat we zonder de grondtekst geweld aan te doen net zo goed mogen lezen:

Exodus 3:19
Doch Ik weet, dat de koning van Egypte ulieden niet zal laten gaan, zonder een sterke hand.

Zo is het ook veel logischer, God wist van te voren wat farao zou doen en wat nodig zou zijn om hem te laten zwichten voor de macht van God. Als er werkelijk « ook niet door een sterke hand » zou moeten staan, zaten de Israëlieten nu nog in Egypte.

Exodus 4:21
En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.

Als God nu tegen Farao's macht en buiten diens wil diens hart gaat verstokken, is het nogal logisch dat farao het volk niet wil laten gaan, maar is dat dan ook rechtvaardig? Voor verstokken van Farao wordt het woord gebruikt:

chazaq:

Stem - Piel
Mood - Imperfect

1) om te versterken, heersen, verharden, sterk zijn, sterk worden, moedig zijn, standvastig zijn, standvastig groeien, resoluut zijn, pijnlijk zijn
  1b) (Piel)
  1b1) sterk maken
  1b2) in kracht herstellen, kracht geven
  1b3) sterken, ondersteunen, bemoedigen
  1b4) sterk maken, stoutmoedig maken, bemoedigen
  1b5) standvastig maken
  1b6) streng maken, hard maken


We kunnen dus ook hier veel beter lezen:

Exodus 4:21
En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; het zal zijn hart verstokken, hij zal het volk niet laten gaan.

Het tonen van de macht van God door Mozes en Aaron maakt dat farao zich hoogmoedig gaat voelen, zijn tovenaars kunnen ook dat soort kunstjes. Hij zegt toch in:

Exodus 5:2
Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem Ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en Ik zal ook Israël niet laten trekken.

Pure menselijke hoogmoed is wat hier tentoon gesteld wordt, God hoefde hier helemaal niets voor te doen. Farao was een machtig koning, waarschijnlijk de machtigste van dat moment. Wie is die Heere wel, wie denkt Hij wel dat hij is? Dat is wat farao dacht en deed zijn eigen zin.

Exodus 7:
1 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god ('ĕlôhîym = heerser) gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.
2 Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land trekken laat.
3 Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.
4 Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israëls, uit Egypteland, door grote gerichten.
5 Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israëls uit het midden van hen uitleide.


Voor « Doch Ik zal » in vs. 3 staat in het Hebreeuws:

qashah;

Stem - Hiphil
Mood - Imperfect

1) hard zijn, vreselijk zijn, wreed zijn, grof zijn
  1d) (Hiphil)
  1d1) het moeilijk maken, moeilijkheden maken
  1d2) het vreselijk maken, zwaar te dragen maken
  1d3) hard maken, stijf maken, eigenwijs maken
    1d3a) van obstinatie (fig)
  1d4) eigenwijsheid laten zien


The imperfect:
wordt gebruikt om de toekomst uit te drukken, refererend niet alleen naar een actie die op het punt staat voltooid te worden, maar één die nog niet is begonnen:

We kunnen dus heel goed lezen:

Exodus 7:2,3
Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land trekken laat. Dit zal Farao's hart hard maken; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.

Farao verharde zichzelf. Farao wilde zijn slaven niet kwijt en wilde niet naar God luisteren. Hij geeft God daarmee reden Zijn tekenen en wonderheden te tonen. God schept geen kwaad, en God verhard geen mensen om ze vervolgens te slaan. Farao wilde zelf niet luisteren.

Wij denken uit bovenstaande te kunnen opmaken dat de huidige vertalingen iets van God maken dat Hij niet is en wat Zijn Heiligheid, Rechtvaardigheid en Zijn Liefde aanranden. De Schrift leert ons dat God liefde is 1 Joh. 4:8 en dat zijn ogen het kwaad niet kunnen zien Hab. 1:13. Hijzelf zal straks een ieder oordelen die het kwaad hebben gedaan, gezocht en die Zijn wegen niet hebben willen bewandelen. Wie kan dan oprecht geloven dat deze God Zelf het kwaad schept en vervolgens mensen daar voor slaat met de meest vreselijke plagen? Wij durven het niet in onze mond te nemen in ieder geval. Onze God is de God van Abraham, de God van Jacob, de enige levenden God en die doet geen onrecht noch kwaad wat de vertalingen, dogma's, en heersend onbegrip er ook van willen maken.

P.E.E.
Top

Uit de Schriften informatie centrum
Regelmatig worden « nieuwe » werken toegevoegd op de download pagina.

Vanaf heden kunt u niet meer automatisch registreren voor het forum. U kunt de beheerder een email sturen met de gewenste gebruikersnaam en wachtwoord als u zich wilt aanmelden voor het forum.

In voorbereiding:
   Veelvuldige Wijsheid. Deze uitgave wordt een uitgewerkte samenbundeling van titels over de verborgenheid en andere werken.
Uit de Schriften Valid HTML 4.01 Transitional
Copyright © 2003 - 2010 Uit de Schriften