|
|
Vijf Duidelijke Omlijnde Groepen. Grotendeels zijn deze groepen in de volgende orde:--
- De vier evangelien .
- De Handelingen van de Apostelen.
- De Algemene brieven.
- De brieven van Paulus.
- De Openbaringen.
De vijf groepen; de Nieuwe orde van het Testament van de (hierboven) getoonde boeken vallen zo in vier chronologische groepen, zijn
het zelfde als laatste vier van de gehele Bijbel, corresponderend met A2, B2, A3, en B3
(O.T. structuur) :--
| |
Waar de menselijke bemiddeling in "hen die de Zoon hebben gehoord" te werk gesteld is (Heb. 2:3, 4), en Paulus
ook, welke zowel Hem hoorde als Hem zag.
|
| |
D | |
DE HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN,
DE ALGEMENE BRIEVEN,
DE EERDERE BRIEVEN VAN PAULUS : |
| |
Waar de ZOON de Goddelijke Spreker is, volgens Heb. 1:2.
|
| C | |
DE LATERE BRIEVEN VAN PAULUS :--
EFEZE,
FILIPPENSEN,
KOLOSSENSEN : |
| |
Waar de "Geest der Waarheid" de Goddelijke Spreker is, Leraar en Gids, volgens Johannes
16:12-15.
|
| |
Waar de menselijke bemiddeling opnieuw te werk wordt gesteld in de persoon van Johannes, Apostel en Evangelist,
geïnstrueerd door bemiddeling van engelen. |
Van deze vier groepen kunnen we het éne grote toepassingsgebied verzamelen van het Nieuwe Testament als compleet boek. Corresponderend met bovengenoemde kunnen wij hen als volgt plaatsen:--
| C | |
De KONING en het KONINKRIJK. Afgekondigd aan het Volk in het LAND. Het Koninkrijk verworpen en de Koning gekruisigd in
JERUZALEM, de hoofdstad.
|
| |
D | |
De her-aanbieding van allebei (Handelingen 2:38; 3:19-26) tot de Verstrooiing onder heidenen; en hun definitieve verwerping
in ROME, de hoofdstad van de Verstrooiing (Handelingen 28:16-28). |
| C | |
De KONING verheerlijkt, en gemaakt tot het Hoofd over alle dingen voor de gemeente, welke Zijn Lichaam is (Efe. 1:2-23. Phil.
2:9-11. Col.. 1:13-19), in het Koninkrijk van Zijn geliefde Zoon (Col. 1:13). De geopenbaarde verborgenheid (Efe. 3:1-12. Col.
1:24-29). Het aardse Koninkrijk opgeschort. "Nog niet" (Heb. 2:8). |
| |
D | |
Het KONINKRIJK opgericht in oordeel, macht, en glorie. De Koning gekroond. Naar voren gebracht als groot onderwerp van de
Openbaringen. |
|
|