|
|
Naar aanleiding van de steeds terugkerende beroepingen op Romeinen 9 i.v.m. God die kwaad schept, nodig heeft en het verharden van
mensen om ze daarna te slaan e.d., hebben we Romeinen 9 zo rechtstreeks mogelijk vertaald. Het is daardoor niet helemaal zuiver
Nederlands maar we wilde zo dicht mogelijk bij het Grieks blijven.
Nu zullen er velen zijn die zeggen dat deze vertaling niet klopt. Dat kan, wij zouden echter graag zien dat de vertaling hieronder dan
wel weerlegt wordt vanuit het Grieks. Dus welk woord verkeerd vertaald is en waarom. Daar leren we allemaal van en zo vergelijken
we Schrift met Schrift en niet Schrift met door dogmatiek ingelegde vertalingen zoals Staten-Vertaling en NBG of met te vuur en te
zwaard verdedigde stelsels, die niet op de geinspireerde Schrift zijn gebaseerd.
Voor de duidelijkheid:
Ingevoegde woorden staan tussen [ ] en zijn zo min mogelijk gebruikt. De hierdoor onstane zinsbouw is misschien niet altijd correct
Nederlands maar wel origineel en legt niet in.
Woorden zoals « eis = totin » en « en = in » en « pros = tot » zijn letterlijk weergegeven om het onderscheid aan te geven.
B.v.:
Tot iemands huis gaan, is van elders er naartoe gaan en buiten blijven.
In iemands huis gaan, is naar binnen gaan als je al bij het huis bent.
Totin iemand huis gaan, is van elders er naartoe én naar binnen gaan.
Ondanks het ontbreken van veel persoonlijke voornaamwoorden in het Grieks hebben we deze niet ingevoegd. Dit kan n.l. leiden tot
inleggen, zet je nou ik of hij of zij? Dus b.v. « pseudomai ou » wordt niet « ik lieg niet » maar « niet liegende » Hoewel in Rom 9:1 duidelijk kan worden aangenomen dat het Paulus is die spreekt, hebben we toch niet « ik » toegevoegd. Het ontbreekt in de grondtekst
plus dat deze vorm wordt gebruikt.
yeudomai
Pseudomai:
Tense-Present
Voice-Middle or Passive Deponent
Mood - Indicative
Hierdoor is liegende o.i. juist vertaald en ontbreekt de noodzaak om in te leggen.
Romeinen 9 gaat voornamelijk over uitverkiezing, en dat wie God uitverkiest en genade geeft een zaak van Hem is. In de grondtekst
is over verharden van God niets terug te vinden, slechts dat Hij Zelf uitmaakt wie Hij uitverkiest en dat uitverkiezing genade is.
Rom 9 is voortzetting van 8 en moet van daar uit gelezen worden. De pottenbakker metafoor wordt dan ook zwaar misbruikt om
onschriftuurlijke dingen proberen aan te tonen, hij zegt eenvoudig dit: Een pottenbakker maakt allemaal gelijke potten en maakt
zelf wel uit welke hij ten ere en welke hij ten onere zal gebruiken. Dat wil dus geenszins zeggen dat de potten ten onere expres zo
door hem gebakken zijn, alleen dat zij ter ere geen nut hebben. De werkelijke boodschap hierachter is dat God alle mensen heeft
geschapen en alle roept om ten ere te gebruiken. Slechts weinigen horen Zijn roep, velen zijn dus niet tot nut voor Hem.
Rom 8:33
Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.
Naar aanleiding hiervan wordt over de pottenbakker gesproken. Niet omdat God deze heeft voorbestemd om zondaar te zijn en hen
verhardt, maar omdat Hij gene heeft uitverkozen.
Romeinen 9 volgens de grondtekst in ellhnisti (Grieks), transliteratie en Nederlands:
Rom 9:1
alhqeian legw en cristw ou yeudomai summarturoushV moi thV suneidhsewV mou en pneumati agiw
alêtheian legô en christô ou pseudomai summarturousês moi tês suneidêseôs mou en pneumati
agiô
Zeggende de waarheid in Christus niet liegende mijn geweten getuigende in heilige geest.
Rom 9:2
oti luph moi estin megalh kai adialeiptoV odunh th kardia mou
oti lupê moi estin megalê kai adialeiptos odunê tê kardia mou
Omdat ik groots bedroefd ben en constante pijnen in [mijn] hart
Rom 9:3
hucomhn gar autos egw anaqema einai apo tou cristou uper twn adelfwn mou twn suggenwn mou kata
sarka
euchomên gar autos egô anathema einai egô apo tou christou uper tôn adelphôn mou tôn
suggenôn mou kata sarka
Want ik bid dat ikzelf vervloekt ben weg van Christus ten bate van mijn broeders mijn landgenoten overeenkomstig het vlees.
Rom 9:4
oitineV eisin israhlitai wn h uioqesia kai h doxa kai ai diaqhkai kai h nomoqesia kai h latreia kai ai
epaggeliai
oitines eisin israêlitai ôn ê uiothesia kai ê doxa kai ai diathêkai kai ê nomothesia kai
ê latreia kai ai epaggeliai
Welke zijn Israelieten welker is de aanneming en de heerlijkheid en de verbonden en de wetten en de bediening en de
bekendmakingen.
Rom 9:5
wn oi patereV kai ex wn o cristoV to kata sarka o wn epi pantwn qeoV euloghtoV eiV touV aiwnaV
amhn
ôn oi pateres kai ex ôn o christos to kata sarka o ôn epi pantôn theos eulogêtos eis tous
aiônas amên
Welke de voorvaderen vanuit wie ook zijnde naar het vlees is Christus God over alles gezegend totin de aionen Amen.
Rom 9:6
ouc oion de oti ekpeptwken o logoV tou qeou ou gar panteV oi ex israhl outoi israhl
ouch oion de oti ekpeptôken o logos tou theou ou gar pantes oi ex israêl outoi israêl
En niet omdat alsware het woord Gods weggevallen want deze [zijn] niet allen Israel vanuit Israel.
Rom 9:7
oud oti eisin sperma abraam panteV tekna all en isaak klhqhsetai soi sperma
oud oti eisin sperma abraam pantes tekna all en isaak klêthêsetai soi sperma
Noch omdat zij zaad Abraham zijn zijn alle zoon maar in Isaac wordt uw zaad genoemd.
Rom 9:8
tout estin ou ta tekna thV sarkoV tauta tekna tou qeou alla ta tekna thV epaggeliaV logizetai eiV
sperma
tout estin ou ta tekna tês sarkos tauta tekna tou theou alla ta tekna tês epaggelias logizetai eis sperma
Dat is deze zonen dit vlees deze zijn niet de zonen van God maar de zonen der belofte gelden totin zaad.
Rom 9:9
epaggeliaV gar o logoV outoV kata ton kairon touton eleusomai kai estai th sarra uioV
epaggelias gar o logos outos kata ton kairon touton eleusomai kai estai tê sarra uios
Want dit beloofde woord van deze tijd af komt en Sara zal hebben een zoon.
Rom 9:10
ou monon de alla kai rebekka ex enoV koithn ecousa isaak tou patroV hmwn
ou monon de alla kai rebekka ex enos koitên echousa isaak tou patros êmôn
Maar niet alleen niettegenstaande dat Rebekka ook één heeft ontvangen van onze vader Jacob.
Rom 9:11
mhpw gar gennhqentwn mhde praxantwn ti agaqon h kakon ina h kat ekloghn tou qeou proqesis menh ouk ex
ergwn all ek tou
mêpô gar gennêthentôn mêde praxantôn ti agathon ê kakon ina ê kat eklogên prothesis tou theou menê ouk ex ergôn all ek tou kalountos
Want nog niet geboren noch gedaan enig goed of slecht zodat Gods voornemen volgens uitverkiezing blijft niet vanuit werken vanuit Die roept.
Rom 9:12
errhqh auth oti o meizwn douleusei tw elassoni
errethê autê oti o meizôn douleusei tô elassoni
Werd Gezegd tot haar: De meerdere zal de mindere dienen.
Rom 9:13
kaqwV gegraptai ton iakwb hgaphsa ton de hsau emishsa
kathôs gegraptai ton iakôb êgapêsa ton de êsau emisêsa
Zoals geschreven: Jacob is geliefd Ezau is gehaat.
Rom 9:14
ti oun eroumen mh adikia para tw qew mh genoito
ti oun eroumen mê adikia para tô theô mê genoito
Wat te zeggen dan? Geen onrechtvaardigheid bij God dat nooit.
Rom 9:15
tw mwush gar legei elehsw on an elew kai oiktirhsw on an oiktirw
tô môusê gar legei eleêsô on an eleô kai oiktirêsô on an oiktirô
Want zegt Mozes genade wie genade heeft en medelijden wie medelijden heeft.
Romans 9:16
ara oun ou tou qelontoV oude tou trecontoV alla tou eleountos qeou
ara oun ou tou thelontos oude tou trechontos alla tou eleountos theou
Zo dan niet de begerende noch de haastende maar Gods genade.
Rom 9:17
legei gar h grafh tw faraw oti eiV auto touto exhgeira se opwV endeixwmai en soi thn dunamin mou kai opwV diaggelh to onoma mou en pash th gh
legei gar ê graphê tô pharaô oti eis auto touto exêgeira se opôs endeixômai en soi
tên dunamin mou kai opôs diaggelê to onoma mou en pasê tê gê
Want de Schrift zegt tot Farao: Tot dat zelve verheft u zich zodat Mijn kracht in u bewezen wordt en zo Mijn Naam bekend wordt gemaakt in de hele wereld.
Rom 9:18
ara oun on qelei eleei on de qelei sklhrunei
ara oun on thelei eleei on de thelei sklêrunei
Zo daarom heeft genade wie dat begeert en verharding wie dat begeert.
Rom 9:19
ereiV oun moi ti eti memfetai tw gar boulhmati autou tiV anqesthken
ereis oun moi ti eti memphetai tô gar boulêmati autou tis anthestêken
Ik zeg dan ook die treft nog altijd schuld omdat die zijn eigen wil tegenstaat.
Rom 9:20
menounge w anqrwpe su tiV ei o antapokrinomenoV tw qew mh erei to plasma tw plasanti ti me epoihsaV outwV
menounge ô anthrôpe su tis ei o antapokrinomenos tô theô mê erei to plasma tô plasanti ti me epoiêsas outôs
Twijfel niet O mens wie zijt gij tegensprekende God de geformeerde zegt niet tegen de formeerder wat maakt [gij] mij alzo?
Rom 9:21
h ouk ecei exousian o kerameuV tou phlou ek tou autou furamatoV poihsai o men eiV timhn skeuoV o de eiV atimian
ê ouk echei exousian o kerameus tou pêlou ek tou autou phuramatos poiêsai o men eis timên skeuos o de eis atimian
Heeft dan de pottenbakker niet de vrijheid vanuit de zelfde klomp klei te maken welk vat verzekerd totin ere en welke totin
onere?
Rom 9:22
ei de qelwn o qeoV endeixasqai thn orghn kai gnwrisai to dunaton autou hnegken en pollh makroqumia skeuh orghV kathrtismena eiV apwleian
ei de thelôn o theos endeixasthai tên orgên kai gnôrisai to dunaton autou ênegken en pollê makrothumia skeuê orgês katêrtismena eis apôleian
Temeer als God toorn wenst te tonen en bekend maken Zijn macht duldend in veel verdraagzaamheid de vaten van toorn overgegeven tot verderf.
Rom 9:23
kai ina gnwrish ton plouton thV doxhV autou epi skeuh eleouV a prohtoimasen eiV doxan
kai ina gnôrisê ton plouton tês doxês autou epi skeuê eleous a proêtoimasen eis doxan
En zo bekend makend de rijkdom van Zijn heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid dewelke voorbereid zijn tot
heerlijkheid.
Rom 9:24
ouV kai ekalesen hmaV ou monon ex ioudaiwn alla kai ex eqnwn
ous kai ekalesen êmas ou monon ex ioudaiôn alla kai ex ethnôn
Zelfs ons welke geroepen niet alleen uit Joden maar ook uit heidenen
Rom 9:25
wV kai en tw wshe legei kalesw ton ou laon mou laon mou kai thn ouk hgaphmenhn hgaphmenhn
ôs kai en tô ôsêe legei kalesô ton ou laon mou laon mou kai tên ouk
êgapêmenên êgapêmenên
Gelijk ook zeggende in Hosea: Zal noemen Mijn volk welke niet Mijn volk en geliefden niet geliefden
Rom 9:26
kai estai en tw topw ou errhqh autoiV ou laoV mou umeiV ekei klhqhsontai uioi qeou zwntoV
kai estai en tô topô ou errêthê autois ou laos mou umeis ekei klêthêsontai uioi theou
zôntos
En zal zijn in de plaats waar gezegd henzelf gij niet Mijn volk derwaards genoemd zonen Levende God.
Rom 9:27
hsaiaV de krazei uper tou israhl ean h o ariqmoV twn uiwn israhl wV h ammoV thV qalasshV to kataleimma
swqhsetai
êsaias de krazei uper tou israêl ean ê o arithmos tôn uiôn israêl ôs ê ammos
tês thalassês to kataleimma sôthêsetai
Jesaja ook roept uit aangaande Israel: Al is het getal der zonen Israels als het zand der zee het overblijfsel zal gered
worden.
Rom 9:28
logon gar suntelwn kai suntemnwn en dikaiosunh oti logon suntetmhmenon poihsei kurioV epi thV
ghV
logon gar suntelôn kai suntemnôn en dikaiosunê oti logon suntetmêmenon poiêsei kurios epi tês gês
Want eindigende het woord en afsnijdende in rechtvaardigheid omdat Heere afgesneden woord maakt op de aarde.
Rom 9:29
kai kaqwV proeirhken hsaiaV ei mh kurioV sabawq egkatelipen hmin sperma wV sodoma an egenhqhmen kai wV gomorra an wmoiwqhmen
kai kathôs proeirêken êsaias ei mê kurios sabaôth egkatelipen êmin sperma ôs sodoma an egenêthêmen kai ôs gomorra an ômoiôthêmen
En zoals Jesaja zegt: Behalve Heere Sabaoth heeft ons zaad achtergelaten wij zouden zijn als Sodom overeenkomstig als Gomorra.
Rom 9:30
ti oun eroumen oti eqnh ta mh diwkonta dikaiosunhn katelaben dikaiosunhn dikaiosunhn de thn ek
pistewV
ti oun eroumen oti ethnê ta mê diôkonta dikaiosunên katelaben dikaiosunên dikaiosunên de
tên ek pisteôs
Waarom zeggende dan?: Dat heidenen die rechtvaardigheid niet najaagden desondanks rechtvaardigheid krijgen? Rechtvaardigheid uit het Geloof.
Rom 9:31
israhl de diwkwn nomon dikaiosunhV eiV nomon dikaiosunhs ouk efqasen
israêl de diôkôn nomon dikaiosunês eis nomon dikaiosunês ouk ephthasen
Maar Israel navolgende wet rechtvaardigheid niet verkrijgende rechtvaarigheid totin wet.
Rom 9:32
dia ti oti ouk ek pistewV all wV ex ergwn nomou prosekoyan gar tw liqw tou proskommatoV
dia ti oti ouk ek pisteôs all ôs ex ergôn nomou prosekopsan gar tô lithô tou proskommatos
Waarom? Omdat niet uit geloof maar volgens de werken wet struikelde [over de] struikelsteen.
Rom 9:33
kaqwV gegraptai idou tiqhmi en siwn liqon proskommatoV kai petran skandalou kai pas o pisteuwn ep autw
ou kataiscunqhsetai
kathôs gegraptai idou tithêmi en siôn lithon proskommatos kai petran skandalou kai pas o pisteuôn ep
autô ou kataischunthêsetai
Zoals geschreven: Zie in Sion plaats Ik struikelsteen en aanstoot rots en allen gelovende niet beschamende.
Wij hopen dat bovenstaande tot nadenken zal stemmen en dat duidelijk is dat uitverkiezing en voorkennis iets anders zijn dan
voorbestemming naar willekeur. God heeft voorkennis, daardoor weet Hij wie Zijn boodschap zal aannemen en wie niet. Op deze basis kiest Hij uit, dit wil niet zeggen dat anderen geen kans krijgen. Hoevelen komen nu niet met de Schrift in aanraking maar wijzen deze af?
P.E.E.
|
|